Chapelle Expiatoire
De Chapelle Expiatoire is gelegen aan de Square Louis XVI (ingang op 29, rue Pasquier). Op de in 1722 in gebruik genomen begraafplaats zijn de leden van de Zwitserse garde begraven die op 10 augustus 1792 in het Palais des Tuileries om het leven waren gekomen, evenals degenen die op de Place de la Concorde werden geguillotineerd. Op dat plein lieten 1343 mensen het leven, onder wie Lodewijk XVI en Marie Antoinette. Onmiddellijk na zijn terugkeer in Parijs liet Lodewijk XVIII op 21 januari 1815 de stoffelijke resten van zijn broer en schoonzuster overbrengen naar de koninklijke necropolis in St-Denis. De huidige kapel werd tussen 1816 en 1821 gebouwd naar een ontwerp van Fontaine.
Waar vroeger de begraafplaats lag, bevindt zich nu de kloostergang. De graven van Charlotte Corday, die Marat in zijn bad doodstak om de Girondijnen te wreken, en Philippe-Égalité, de prins die voor gelijkheid onder de mensen streed, bevinden zich aan weerszijden van de trap naar de kapel. In de kapel staan twee beeldengroepen: de ene, van Bosio, stelt Lodewijk XVI met een engel voor, de andere, van Cortot, laat Marie Antoinette zien in gezelschap van een allegorie van de religie, die de trekken heeft van Madame Elisabeth, de zuster van de koning. Het altaar in de crypte markeert de plaats waar de lichamen van Lodewijk XVI en Marie Antoinette werden gevonden.
|