Hotel des Invalides
Gelegen in de prachtige wijk Les Invalides ligt dit imposante complex. Vóór Lodewijk XIV werden invalide oud-strijders in theorie verzorgd in kloosterziekenhuizen. In werkelijkheid vervielen zij echter tot de bedelstaf. In 1670 stichtte de Zonnekoning het Hotel des Invalides aan de rand van de toenmalige vlakte van Grenelle. Een deel van het bijeengebrachte geld werd verkregen door heffingen op de soldij van soldaten in actieve dienst, gedurende vijf jaar. De werkzaamheden voor het enorme bouwwerk, ontworpen door Libéral Bruant en onderdak biedend aan 4000 man, namen vijf jaar in beslag (1671-1676). Jules Hardouin-Mansart voegde in 1706 een koepel toe aan het oorspronkelijke complex. Daarmee ontsteeg het geheel zijn zuiver functionele doelstellingen en werd het een monumentaal bouwwerk. In 1840 werd Napoleons tombe ondergebracht in de Dome. Na zeven jaar onderhandelen met de Britse regering kon de Franse koning Louis-Philippe zijn zoon, de prins van Joinville, met het fregat de Belle Poule (maquette in het Musée de la Marine) naar Sint Helena sturen om er het stoffelijk overschot van de keizer te halen. Toen de prins daar op 8 oktober aankwam, werd de doodskist opgegraven en twee minuten geopend in het bijzijn van de generaals Gourgaud en Bertrand, de geschiedkundige Las Cases en Napoleons bediende Marchand. Het lichaam, gehuld in het uniform van de keizerlijke garde, verkeerde nog in uitstekende staat, ook al had de La Villette van boord, werd vervolgens over de Seine naar Parijs vervoerd en weer aan land gezet in Courbevoie. De begrafenis vond plaats op 15 december 1840. Terwijl de lijkkoets onder de Arc de Triomphe door, over de Champs Elysees en de Place de la Concorde reed, in de richting van de Esplanade, raasde een sneeuwstorm over de stad. Totdat de door Visconti ontworpen tombe was voltooid, stond de doodskist onder de koepel en in de kapel van de H. Hiëronymus. Op 3 april 1861 werd Napoleon overgebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de instelling opnieuw tot taak oorlogsgewonden onderdak te bieden en te verzorgen, nu in het kader van gemoderniseerde ziekenhuisvoorzieningen. Tegenwoordig zijn militaire administratieve diensten en het legermuseum (Musée de l'Armee) in deze gebouwen ondergebracht.
De Esplanade werd in 1704-1720 ontworpen en aangelegd door Robert de Cotte, zwager van Mansart. De Esplanade biedt een spectaculair uitzicht over een lengte van 500 m en een breedte van meer dan 250 m. dat door de symmetrische, classicistische gebouwen wordt afgesloten. Langs de weidse groene gazons lopen lindelanen. Aan de linkerzijde, vlak bij de Seine ligt het Aérogare des Invalides, dat verbindingen met het vliegveld Orly onderhoudt.
Vóór de Invalides ligt een reeks tuinen die worden begrensd door een brede drooggevallen gracht. Langs de wallen staan 17de- en 18de-eeuwse bronzen kanonnen. Het uit 18 vuurmonden bestaande 'triomfgeschut’ werd gebruikt om saluutschoten te lossen ter gelegenheid van onder meer de wapenstilstand van 11 november 1918 en het daaropvolgende overwinningsdefilé op 14 juli 1919. Het door de Duitsers in 1940 verwijderd geschut werd in 1946 teruggeplaatst en staat nu aan weerszijden van de ingang.
De gevel is majestueus, zowel qua stijl en lijnen als qua verhoudingen en afmetingen. De lengte is maar liefst 196 meter. Een prachtige toegangsdeur beheerst het middengedeelte, dat wordt geflankeerd door identieke paviljoens. De enige versieringen zijn de trofeeën rond de dakvensters, maskers en vuurpotten en antieke symbolen van militaire macht. Een ruiterstandbeeld in de rondboog boven de ingang toont Lodewijk XIV, omringd door Wijsheid en Gerechtigheid. Het oorspronkelijke beeld van Guillaume Coustou (1735), dat tijdens de Franse Revolutie werd beschadigd, werd in 1815 door Cartelier opnieuw vervaardigd.
Met de restauratie van de zijmuren zijn de indrukwekkende bouwwerken langs de Boulevard des Invalides en de Boulevard de Latour-Maubourg, evenals de fraaie verhoudingen van de door Robert de Cotte ontworpen kanselarij van de Orde der Bevrijding in hun oude glorie hersteld, terwijl ook de gracht weer op de oorspronkelijke plaats is gegraven.
Napoleon inspecteerde zijn veteranen graag voor het classicistische gebouw met zijn perfecte verhoudingen en geordende dubbele rij bogen. Een in het midden gelegen erker steekt aan weerszijden licht naar voren. De regelmaat van de architectuurlijnen wordt doorbroken door het gebeeldhouwde fronton en de paarden die, op de hoeken, bij het dak, de attributen van de oorlog vertrappen. De dakvensters zijn, net als die van de voorgevel met trofeeën versierd. Aan de oostkant is het vijfde raam rechts van het middenpaviljoen (links bij binnenkomst) een bezienswaardigheid. Louvois, die toezicht hield op de bouw van de Invalides, liet op verscheidene plaatsen zijn familiewapen aanbrengen. Lodewijk XIV beval hem het te laten verwijderen, waarop een steenhouwer bedacht één rond raam te omringen met de poten van een wolf, een zinspeling op de naam en het werk van de toezichthouder: 'loup voit' of de wolf ziet. Het sierlijkste paviljoen, gelegen op de hoofdas van het complex, vormt tevens de voorkant van de Église de St Louis des Invalides. In het midden verrijst het standbeeld van Napoleon, dat bekendstaat onder de naam de Kleine Korporaal, van de hand van Seurre. Het heeft eerst enige jaren op de zuil van de Place Vendôme gestaan. Langs de muren staat een indrukwekkende reeks kanonnen opgesteld. Let op de Catherina (1487) met de naam van Sigmund van Oostenrijk, en op de Veldslang van Württemberg (16de eeuw) met de bewerkte kulas en de door een slang omstrengelde loop.
|