La Sorbonne
Robert de Sorbon richtte in 1253 een universiteit op voor theologiestudenten zonder geld. De paus vond het een goed idee en het zou uitgroeien tot de Universiteit van Parijs. Het leven van de student werd beslist door een strenge lessenrooster: dialectiek, astronomie, grammatica, retoriek en wiskunde. De student moest een goede discipline hebben om het te kunnen verdragen om zeer vroeg te beginnen met de studie en pas laat in de avond te stoppen. Want zo lang duurden de lesdagen. De enige resten van de oude universiteit is de kapel, die te vinden is op de binnenplaats van Sorbonne.
Kardinaal Richelieu was verkozen tot president van La Sorbonne in 1622 en besloot om het geheel te verbouwen. Hij liet dit over aan de architect Jacques le Mercier en de eerste steen werd gelegd op 28 maart 1627.Met de bouw van de kerk van Sorbonne werd begonnen in 1635 en herbergt het graf van Richelieu, en het beeldhouwwerk van de kardinaal, gebouwd door Girardon. La Sorbonne werd weer helemaal verbouwd door Nenot in 1883, om meer ruimte te creëren voor het steeds groeiende aantal studenten, dat op de universiteit wilde studeren. Zo werden er een amfitheater, laboratoria, een bibliotheek met meer dan twee miljoen boeken en een observatorium gebouwd.
De internationale reputatie van Sorbonne is altijd heel goed geweest. La Sorbonne wordt gezien als gezien als één van de belangrijkste universiteiten van Europa.
|