Louvre
Adres: 75058 Paris Cedex 01
Openingstijden Museum:
Dagelijks geopend van negen tot zes, behalve op dinsdag en op bepaalde feestdagen. Op woensdag is het museum geopend tot 21:45 uur.
Toegangskaarten zijn de gehele dag geldig, zelfs met onderbrekingen.
Ingang: De hoofdingang van het Louvre bevindt zich in de piramide, maar er is ook een directe ingang vanuit de metrohalte: Palais Royal – Musee du Louvre.
Het Louvre in Parijs is naast een uitermate groot museum in het hart van Frankrijk ook het grootste Koninklijk paleis van Frankrijk. Het Louvre herbergt nu een van de rijkste verzamelingen kunst en oudheden ter wereld. Het Louvre bestaat uit 3 vleugels, de Richelieu-vleugel, de Sully-vleugel en de Denon-vleugel. Het meest beroemde schilderij in het Louvre is ongetwijfeld de Mona Lisa van Leonardo da Vinci.
Het Louvre is gevestigd in een van oorsprong middeleeuws kasteel dat door de koningen van Frankrijk werd gebruikt. In 1793, tijdens de Franse Revolutie werd het gebouw een museum, en het is daarmee een van de oudste musea ter wereld.
Het Louvre is gemakkelijk te bereiken via de metro Palais-Royal en Louvre.
Buitenkant van het Louvre
Bij donker worden de oudste gedeelten van het Louvre prachtig verlicht door een geheel nieuwe installatie. De sierlijke renaissancegevel tussen de zuidvleugel en het Pavillon de l’Horloge in het midden van de westvleugel is het werk van Pierre Lescot. Het verfijnde, expressieve beeldhouwwerk op de drie uitspringende gedeelten van de gevel en de bovenverdieping omvatten allegorische voorstellingen in haut-reliëf, nissen met levensechte beelden en friezen met kinderen en guirlandes, alle van de hand van de beeldhouwer Jean Goujon. Het klokpaviljoen werd gebouwd ten tijde van Lodewijk XIII door Lemercier, die ook de noordwestvleugel, een replica van de gevel van Lescot, voor zijn rekening nam. De drie overige vleugels zijn het meest classicistisch van stijl, ofschoon zij uitstekend met de westvleugel harmoniëren.
Zuilengalerij
In 1662 besloot Lodewijk XIV dat zijn paleis aan de zijde van de stad de uitstraling miste die bij een koninklijk verblijf past. Daarom ontbood hij de Italianen Rainaldi en Pietro da Cortona, maar vooral ook Bernini, de grote meester van de Italiaanse barok, naar Parijs om een nieuwe gevel te ontwerpen.
Bernini arriveerde in Frankrijk en stelde eerst voor het bestaande paleis af te breken. Zijn derde voorstel werd goedgekeurd en de bouwwerkzaamheden begonnen op 17 oktober 1665. Een jaar later liet Lodewijk XIV, daarin gesteund door Colbert, echter het werk stilzetten omdat hij toch de voorkeur gaf aan de drie Franse architecten Perrault, Le Vau en D'Orbay. De zuilengalerij wordt toegeschreven aan Claude Perrault, hoewel François d'Orbay, een assistent van Le Vau, ook een rol van betekenis schijnt te hebben gespeeld bij het ontwerp. Die zuilengalerij, die uiteindelijk in 1811 werd voltooid, werd weleens verweten dat het weinig overeenkomsten vertoonde met de rest van het Louvre. Het wordt gesierd door het monogram van Lodewijk XIV, twee L's die rug aan rug tegen elkaar staan. Op het fronton in het midden, dat ten tijde van het Eerste Keizerrijk met beeldhouwwerk werd gedecoreerd, bevond zich vroeger een buste van Napoleon I. Deze is tijdens de Restauratie vervangen door een borstbeeld van de Zonnekoning, die nu tamelijk ongepast door een Minerva in keizerlijk gewaad wordt gekroond, De oorspronkelijke hoogte en het classicistische evenwicht van het bouwwerk komen geheel tot hun recht nu de grachten overeenkomstig het 17de-eeuwse ontwerp tot 7 meter diep langs de rustieke onderbouw zijn uitgegraven,
Piramide
De piramide van het Louvre is 21 meter hoog en meet 33 meter aan de basis. De constructie is ontworpen door de architect leoh Ming Pei en bestaat uit vensterglas op een raamwerk van roestvrij stalen buizen. De weelderig versierde gevels aan de Cour Napoléon vormen een majestueuze achtergrond voor de daarmee scherp contrasterende, streng geometrische vorm van de glazen piramide in het midden van deze binnenplaats. Het originele ontwerp van deze reusachtige piramide en de toegepaste materialen komen het beste tot hun recht vanuit de ontvangstruimte eronder. In de richting van de Champs-Elysees, enigszins schuin ten opzichte van het oude Louvre, staat een ruiter standbeeld van Lodewijk XIV, dat een kopie is van een marmeren beeld van Bernini.
Arc de Triomphe du Carrousel
Deze verrukkelijke pastiche, geïnspireerd op de Romeinse triomfboog van Septimus Severus, werd tussen 1806 en 1808 gebouwd naar de ontwerpen van Percier en Fontaine. De zes bas reliëfs herinneren aan de overwinningen die Napoleon in 1805 behaalde. Boven de roze marmeren zuilen die zijn gered uit het Chateau Vieux de Meudon, bevinden zich standbeelden van soldaten in het uniform van de verschillende legeronderdelen. Op het platform had Napoleon oorspronkelijk de vier uit de San Marco in Venetië verwijderde paarden laten plaatsen, maar deze zijn in 1815 aan Italië teruggegeven. Nu staat er een beeldhouwwerk van Bosio, een allegorische voorstelling van de Restauratie van het huis Bourbon in de vorm van een godin die door overwinningen wordt vergezeld en een vierspan bestuurt.
Van onder de boog ontvouwt zich een prachtig uitzicht op de grote as die van het Louvre via de Tuileries, de Place de la Concorde. De Champs-Elysees, de Arc de Triomphe en de Avenue de la Grande Armee tot de Grande aarsje de la Defense loopt. De Place du Carrousel dankt zijn naam aan het schitterende ruiterfeest dat hier in 1662 plaatsvond ter ere van de geboorte van de Dauphin.
Pavillon de Flore
De hoek van de Quai des Tuileries en de Pont Royal biedt uitstekend zicht op de triomf van Flora. Dit haut reliëf van Carpeaux siert het hoekpaviljoen onder het grote allegorische tafereel op het zuidelijk fronton. Voor het Pavillon de Flore, op de hoek van de Avenue du Général Lemonnier en de Quai des Tuileries, wordt de wacht gehouden door twee sfinxen, die hier na de overgave van Sebastopol in 1855 zijn geplaatst.
Gevel aan de rivierzijde
Vanuit de Quai du Louvre ontvouwt zich een aantrekkelijk uitzicht op de Pont des Arts en de koepel van het Institut de France. Op de eerste verdieping van de Galerie du Bord de I'Eau bevindt zich een sierlijke fries met cherubijnen die zeemonsters berijden.
Het museum van het Louvre
Het museum van het Louvre, voortgekomen uit het tijdperk der Verlichting en de toen heersende dorst naar universele kennis, heeft in 1993 zijn tweehonderd jarig bestaan herdacht. In 1793 besloot de kersverse Franse republiek de koninklijke verzamelingen in een museum onder te brengen dat voor iedereen toegankelijk zou zijn. De opening van de Richelieu vleugel in 1993, een belangrijk mijlpaal in het project van het Grand Louvre (1981-1997), past perfect bij deze doelstelling.
Frans I was de eerste grote beschermheer van de Italiaanse meesters van zijn tijd. Twaalf schilderijen uit zijn oorspronkelijke verzameling, waaronder de Mona Lisa van Leonardo da Vinci. De schone tuinierster van Rafaël en een Portret van Frans I van Titiaan behoren tot de belangrijkste werken die thans aan de Staat toebehoren. Toen Lodewijk XIV overleed, hingen er meer dan 2500 schilderijen in de paleizen van het Louvre en Versailles. Het idee om de verzameling voor het publiek toegankelijk te maken, wat Marigny ten tijde van Lodewijk XVI reeds bepleitte, werd tenslotte op 10 augustus 1793 verwezenlijkt door de Nationale Conventie, die de Grande Galerie voor bezoekers openstelde. Dankzij Napoleon groeide de verzameling uit tot de rijkste ter wereld, want ieder land dat hij veroverde, moest een schatting betalen in de vorm van kunstwerken. Daarvan zijn er overigens vele door de geallieerden in 1815 teruggevorderd. Lodewijk XVIII, Karel X en Louis-Philippe droegen op hun beurt bij tot de verdere uitbreiding van de collectie. Zo was de Venus van Milo nauwelijks teruggevonden of deze werd door Dumont d'Urvilie naar Frankrijk overgebracht. Ook de afdelingen met Egyptische en Assyrische kunst zijn toen geopend. De verzamelingen van het Louvre breiden zich nog steeds uit dankzij giften, legaten en aankopen, zodat het museum tegenwoordig over meer dan 300 000 werken beschikt.
Galerie du Carrousel du Louvre
De winkelgalerij van architect Michel Macary is een harmonieuze aanvulling op de door leoh Ming Pei ontworpen omgekeerde piramide. Deze omvangrijke glazen constructie zorgt voor een overvloed aan licht in het midden van de bogengalerij. Betonnen vormen rijen ramen en getemperd licht geven de hoofdgalerij het aanzien van een grote entreehal. Waar zich ooit ten tijde van Karel V vestinggrachten bevonden, stralen de zuilen en de vloer van steen uit Bourgondië nu een koele chic uit. De bouw van een winkelgalerij van 16 000 m2, met een dertigtal winkels en conferentiezalen als het ware onder hetzelfde dak als het museum, is een van de meest originele maar ook omstreden aspecten aan het project van het Grand Louvre.
Aan de strenge selectiecriteria voor uitstallingen en verkooppunten hebben onder meer voldaan: Chalcografie met traditionele gravures en kaarten (Parijs uit 1734 van Turgot verdient speciaal de aandacht); Boutiques des Musées Nationaux, met reproducties en afgietsels van beeldhouwwerken werpen uit Franse verzamelingen, boeken en spelletjes: Virgin Megastore met muziek en boeken (1 ste verdieping) over 20ste eeuwse kunst, films, architectuur en fotografie; Lalique met kristal en glas; Flammarion met kunstboeken. Verder zijn er diverse kledingzaken en juwelierswinkels, een wisselkantoor (bij de omgekeerde piramide) en een geldautomaat (bij de metro). Het project van het Grand Louvre wordt in beeld gebracht aan de hand van een schaalmodel en panelen in de Hall Charles V, Carrousel du Louvre. Hier worden de verschillende fasen van de bouw en het nieuwe ontwerp van de tuin van de Tuillerieën getoond.
Voor meer informatie klik hier
Voor een filmpje van de binnenkant van het Louvre klik hier
|