Palais Le Luxembourg
Dit vroegere paleis van Maria de' Medici ligt in de leuke wijk Le Luxembourg, net ten westen van de eveneens zeer leuke wijk Quartier Latin. Het adres is de 15 rue de Vaugirard, metro Luxembourg.
Na de dood van Hendrik IV wilde zijn weduwe, Maria de' Medici, niet meer in het Louvre wonen en besloot zij voor zichzelf een eigen paleis te laten bouwen dat moest lijken op het Palazzo Pitti in Florence, waar zij haar kinderjaren had doorgebracht. In 1612 kocht zij het herenhuis van hertog Frans van Luxemburg en verschillende andere gebouwen eromheen. In 1615 nam haar architect Salomon de Brosse de bouw ter hand. In 1621 kreeg Rubens opdracht een reeks van 24 grote, allegorische schilderijen te maken met het leven van de koningin als onderwerp. Deze doeken hangen nu in de Galerie Médicis in het Louvre.
De koningin-moeder betrok het paleis in 1625, maar haar vreugde bleek van korte duur. Ze stond aan het hoofd van een groepering vrome lieden met wier hulp ze zich hevig verzette tegen het beleid van Richelieu. Tijdens een verhitte discussie in haar privé vertrekken wist zij op 10 november 1630 haar zoon, koning Lodewijk XIII, de belofte te ontfutselen de kardinaal te ontslaan. Vierentwintig uur later, terug in Versailles, kwam Lodewijk echter op zijn toezegging terug en bekrachtigde het gezag van de minister. De samenzweerders werden gearresteerd en Maria de' Medici werd verbannen naar Keulen, waar zij in 1642 in armoede stierf. Het paleis kreeg zijn oorspronkelijke naam Luxembourg terug en bleef, zij het onbewoond, tot de Franse Revolutie eigendom van de Kroon.
In 1790, tijdens de Franse Revolutie, werd het klooster opgeheven, waardoor de tuin van het paleis verder uitgebreid kon worden tot aan het einde van de Avenue de d’Observatoire. Tijdens de Terreur was het paleis in gebruik als gevangenis. Daarna werd het gebouw de plaats van samenkomst van verschillende parlementaire vergaderingen, van het Directoire, het Consulat en tenslotte van de Sénat. Chalgrin, de architect van de Arc de Triomphe en het Odéon veranderde het interieur ingrijpend. Tussen 1836 en 1841 breidde Alphonse de Gisors het paleis aan de tuinzijde uit door het van een nieuwe gevelvoorsprong te voorzien en twee zitpaviljoens toe te voegen, alles in de stijl van het oorspronkelijke gebouw.
Op uiteenlopende tijdstippen werden maarschalk Ney, de samenzweerder Lodewijk Napoleon Bonaparte - de latere Napoleon III - en deelnemers aan de opstand van de Commune in het paleis berecht.
Het paleis werd tijdens de Tweede Wereldoorlog bezet door de Duitsers. Op 25 augustus 1944 werd het bevrijd door de troepen van generaal Leclerc en het Franse verzet. Het is nu de zetel van de Sénat, de Franse Eerste Kamer, die 319 leden telt, gekozen door een college bestaande uit leden van de Assemblée nationale (de Franse Tweede Kamer), leden van de departementale raden en afgevaardigden van gemeenteraden. Bij ontstentenis van de president van de republiek treedt de voorzitter van de Sénat op als staatshoofd. De Sénat beslist samen met de Assemblée nationale over grondwetswijzigingen en wetgevingskwesties en heeft een arbitrerende functie bij geschillen tussen Assemblée nationale en regering. Bij de beantwoording van mondelinge vragen door de ministers zijn de vergaderingen voor het publiek toegankelijk. De kloostergronden zijn voor een groot deel ten offer gevallen aan stadsontwikkeling en stratenaanleg.
Om zijn ontwerp van het paleis een Florentijns karakter te geven heeft Salomon de Brosse bossages, geringde zuilen en Toscaanse kapitelen gebruikt. Met het centraal geplaatste gebouw, opgetrokken rond een hof met arcaden, en met de monumentale toegangspoort met koepeldak heeft hij echter een typisch Frans grondplan aangehouden. De hele symmetrisch geconstrueerde benedenverdieping heeft een Dorische orde, waardoor het gebouw een robuuste elegantie vertoont.
De kamers in het souterrain baden in een zee van daglicht dat binnenvalt door ramen aan de twee binnenplaatsen met Franse tuinen, die lager liggen dan de Allée de I'Odéon. Het Petit Luxembourg, nu de ambtswoning van de voorzitter van de senaat, omvat het oorspronkelijke Hotel de Luxembourg, met daarnaast het klooster en de kapel van een door de koningin gestichte nonnen gemeenschap.
In het Musée du Luxembourg worden in de zomermaanden wisselende tentoonstellingen gehouden. In de bibliotheek van het Paleis hangen schilderijen van Delacroix (Dante en Vergilius wandelend in het voorgeborchte, Alexander de Grote plaatst de gedichten van Homerus in de gouden kist van Darius). Op het plafond van de aanbouw heeft Jordaens een voorstelling van de tekens van de dierenriem aangebracht. In de Salon du Livre d'Or zijn de 17de-eeuwse lambriseringen en de schilderijen te zien die ooit de vertrekken van Maria de' Medici sierden. De meubilering van de raadzaal van de senaat, de eregalerij en de meeste salons stammen uit de tijd van Louis-Philippe. In het grote trappenhuis, dat van de hand van Chalgrin is, hingen ooit schilderijen van Rubens.
|