Theatre de l'Odéon
Dit Theater bevindt zich in de gezellige buurt Odeon, wat ligt in de wijk Le Luxembourg. In 1782 werd een theater gebouwd ten behoeve van de Comédiens-Français, die al sinds twaalf jaar hun toevlucht hadden in de theaterzaal van het Palais des Tuileries. Het nieuwe theater, opgetrokken in de destijds populaire antieke stijl, kreeg de naam Théatre-Français. De bruiloft van Figaro van Beaumarchais werd er in 1784 enthousiast ontvangen. Door de Franse Revolutie ontstond er in de toneelgroep onenigheid tussen royalisten en republikeinen en in 1792 viel het gezelschap uiteen. De grote Talma vertrok met een groepje heetgebakerde acteurs naar het theater aan de Rue Richelieu, waar hij het gezelschap oprichtte dat tot de dag van vandaag bekend staat als de Comédie-Française. De koningsgezinden werden al spoedig gevangengenomen. In 1797 werd het theater overgenomen door een ander toneelgezelschap en herdoopt tot Odéon, naar het gebouw waar de oude Grieken hun muziekconcoursen hielden. Aanvankelijk werden er concerten en balletvoorstellingen gegeven, maar de later opgevoerde toneelstukken waren geen succes. Na een brand werd het theater in 1807 volgens de oorspronkelijke bouwplannen opnieuw opgetrokken, maar ondanks het grote succes van Alphonse Daudets toneelstuk l’Arlésienne, op muziek gezet door Bizet, trok steeds meer publiek naar de theaters aan de rechteroever van de Seine. Van 1946 tot 1960 ging men zich in het theater, aanvankelijk Salie Luxembourg en later Théatre de France geheten, steeds meer toeleggen op het 20ste-eeuwse repertoire. Tot 1968 was het, onder de leiding van Jean-Louis Barrault en Madeleine Renaud, een van de belangrijkste theaters van Parijs. Het plafond is beschilderd door André Masson (1963). Rond het Odéon, op het vroeger bij het Hotel de Condé behorende terrein, staan bescheiden huizen met gelijkvormige gevels. De tussenliggende straten zijn genoemd naar grote schrijvers als Corneille, Racine, Voltaire (nu Rue Casimir-Delavigne), Molière (nu Rue Rotrou), Crébillon en Regnard. Langs de Rue de Condé staan vele oude herenhuizen. In het huis op nr. 26 schreef Beaumarchais in 1775 “De barbier van Sevilla”
|