Manufacture Royale des Gobelins
Het Manufacture Royale des Gobelins is eigenlijk niet echt een museum maar meer een fabriek waar de bekende stoffenverver Jean Gobelin zich omstreeks 1440 vestigde. Om u een beter inzicht te geven in de fabriek annex museum wordt eerst de benodigde informatie gegeven over de fabriek Gobelin. Omstreeks 1440 vestigde de stoffenverver Jean Gobelin, die zich in de kleur scharlakenrood had gespecialiseerd, zijn werkplaats aan de oevers van de Bièvre. Vele generaties lang bleef het bedrijf in handen van de familie Gobelin. Aan het begin van de 17de eeuw werd het overgenomen door twee handwerkslieden, die Hendrik IV uit Vlaanderen had laten komen, Colbert, door Lodewijk XIV belast met de reorganisatie van de wandkleden- en tapijtindustrie, voegde het Parijse bedrijf en de fabriek Maincy in Vaux-Ie-Vicomte samen in de werkplaatsen van de Gobelins. Aldus ontstond in 1662 de Manufacture Royale des Tapisseries de la Couronne, de wandtapijtenfabriek die de officiële hofleverancier werd. De kunstenaar Charles Le Brun kreeg de leiding. Vijf jaar later ging de fabriek een samenwerkingsverband aan met de Manufacture Royale des Meubles, die het hof van meubilair voorzag. Op die wijze werkten de bekwaamste handwerkslieden, goudsmeden. schrijnwerkers en tapijtwevers samen aan de inrichting en decoratie van de weelderige paleizen van de Zonnekoning. Aan hun creativiteit en vakmanschap is de Louis XIV-stijl te danken. In de afgelopen drie eeuwen zijn meer dan 5000 tapijten geweven aan de hand van kartons die door beroemde schilders werden vervaardigd, zoals Le Brun, Poussin, Van Loo, Mignard, Boucher, Lurçat en Picasso. De wandkleden- en tapijtfabrieken van de Savonnerie (1604 - 1826) en van Beauvais (1664- 1826) zijn daar in de loop der jaren aan toegevoegd.
De fabriek is gevestigd in een modern gebouw uit 1914 aan de Avenue des Gobelins. Sinds de 17de eeuw is de werkwijze weinig veranderd. De wevers werken uitsluitend bij daglicht, waarbij zij kunnen kiezen uit een gamma van meer dan 14000 kleurschakeringen. Afhankelijk van het ontwerp, dat op spiegels wordt gevolgd, vervaardigt een wever 1 tot 8 m2 per jaar. De totale productie wordt door de staat opgekocht.
Hieronder vindt u een opsomming van de vier grote Franse ateliers voor wandkleden:
Aubusson: hier werden in de 17de en 18 de eeuw wandkleden voor de lagere adel en de bourgeoisie vervaardigd. De voorstellingen strekten zich uit van bloemen en planten, dieren en wilde beesten, tot de klassieke mythologie en landschappen. Ook rococo-chinoiserieën en pastorale taferelen kwamen veel voor, de laatste naar het voorbeeld van door Huet geschilderde doeken.
Beauvals: heel fijn geweven tapijten, dikwijls met zijdedraad in felle kleuren, die helaas in de loop der tijd zijn verschoten. De voorstellingen op de kleden zijn onder andere de door Oudry in beeld gebrachte fabels van La Fontaine, Bouchers figuren uit de commedia dell’arte, de klassieke mythologie, chinoiserieën en pastorale taferelen. In de 19de eeuw werden nog steeds 18de eeuwse ontwerpen gebruikt.
Felletin: vrij grof geweven wandkleden met landelijke taferelen als onderwerp.
Gobelins: kostbare wandtapijten, vaak met gouddraad erin verwerkt. De ontwerpen zijn beroemd om hun originaliteit en omvatten soms een serie van verschillende kleden, zoals die met voorstellingen van de seizoenen en de elementen, het leven van de koning, de koninklijke verblijven en Lodewijk XV op jacht. Ook schilderijen van Oudry en Boucher dienden als voorbeeld.
|