Musee Rodin
Dit museum bevindt zich aan de 77, rue de Varenne, in de schitterende wijk Les Invalides. Huis en tuin vormen een perfecte omgeving voor de beelden van Rodin. In 1728 droeg Abraham Peyrenc, die als pruikenmaker een fortuin had vergaard en zijn naam had uitgebreid tot Peyrenc de Moras, de architect Jacques Gabriel (1667-1742) op een huis voor hem te bouwen aan de Rue de Varenne. In de loop der tijd is het prachtige gebouw achtereenvolgens eigendom geweest van de hertogin van Le Maine, kleindochter van 'de grote Condé' en schoondochter van Lodewijk XIV, van Madame de Montespan en van maarschalk De Biron. Deze veldheer, die onder de Franse Revolutie diende, had een voorliefde voor bloemen en gaf alleen al aan tulpen 200 000 zilverstukken per jaar uit. In 1797 was het huis in gebruik als danszaal. Onder het keizerrijk werd het verhuurd als ambtswoning, eerst aan de pauselijke gezant en vervolgens aan de ambassadeur van de tsaar. In 1820 werd het overgenomen door de nonnenschool van het Heilige Hart, een onderwijsinstelling voor dochters uit de betere kringen. De moeder-overste Sophie Barat, die in 1925 heilig werd verklaard, liet in 1871 de neogotische kapel bouwen. Het grootste deel van de prachtige houten lambriseringen in het huis werd onder haar bewind verwijderd, omdat zij ze als een voor de tijd kenmerkend symbool van ijdelheid beschouwde. Na de wet op de congregaties van 1904, als gevolg waarvan vele kloosters werden opgeheven, zijn de schoolgebouwen en een deel van de tuinen aan het Lycée Victor-Duruy geschonken. Het huis zelf werd door de Staat ter beschikking van kunstenaars gesteld. Zo gebeurde het dat Auguste Rodin er zijn intrek nam en er bleef wonen tot zijn dood in 1917. Hij liet een groot deel van zijn werk aan de Staat na, als betaling van achterstallige huur.
De meeste beeldhouwwerken van Rodin zijn figuratief uitgevoerd in terracotta, brons en wit marmer. Ze spreken bijzonder sterk tot de verbeelding en zijn vitaal en levensecht. De schepping, afgebeeld in de vorm van rusteloze gestalten die uit de ruw gehouwen steen oprijzen, was een geliefkoosd thema van Rodin, zoals te zien is in de Hand van God. Maar zijn genie komt het sterkst naar voren in zijn naakten, zoals dat van Johannes de Doper waarmee hij grote roem oogstte in 1879.
Op de benedenverdieping staan enkele van zijn meest sprekende werken, waaronder de Kathedraal, de Kus, de Lopende man en de Man met de gebroken neus dat in 1864 door de Salon werd geweigerd. Aan beide rond lopende uiteinden van de zaal, waarvan de fraaie lambriseringen bewaard zijn gebleven staan Eva en het Bronzen tijdperk tegenover elkaar. Eén zaal is gewijd aan de tekeningen van de kunstenaar, die in wisseltentoonstellingen te zien zijn. Boven aan de prachtige 18deeeuwse trap, op de eerste verdieping, staan kleinere werken. zoals gipsmodellen voor de grotere werken en voor de standbeelden van Balzac en Victor Hugo. Maar de beroemdste beeldhouwwerken van Rodin zijn in de tuin te vinden, waarmee hij al tijdens zijn leven een reputatie van grootmeester vestigde. Daar staan de Denker (rechts), de Burgers van Calais en de Poort van de hel (links) evenals de Ugolin-groep (in het midden van het bassin). Kunstvoorwerpen, meubels, schilderijen en oudheden uit het persoonlijke bezit van de beeldhouwer zijn in het huis en de voormalige kapel in wisselende tentoonstellingen te zien. De meest recente aanwinst van het museum is de Golf, een compositie in onyx en brons van de hand van Camille Claudel, die ooit sterk onder de invloed van Rodin stond.
|