Place Dauphine
Dit plein bevindt zich in de wijk La Cité, het eiland in de Seine, in het hart van Parijs. Lange tijd was de westpunt van het eiland slechts een moeras dat door zijstroompjes van de Seine van de rest werd afgesneden. In 1314 liet Filips de Schone hier op een stukje droog land een brandstapel oprichten voor de grootmeester van de orde der tempeliers, Jacques de Molay en keek vanuit zijn paleisraam hoe deze aan zijn einde kwam. De Jardin du Roi, die zich van de Conciergerie tot de rivier uitstrekte, werd onder Maria de' Medici de eerste botanische tuin van Frankrijk. Aan het einde van de 16de eeuw besloot Hendrik III dit braakliggende land voor bebouwing geschikt te maken. De modderpoelen tussen de stukjes land werden drooggelegd, er werd in het midden een ophoging gemaakt voor de nog te bouwen Pont Neuf en de zuidoever werd zo'n 6 m opgehoogd. Omstreeks 1580 was het terrein bouwrijp. In 1607 verkocht Hendrik IV de grond tussen de Conciergerie en de Pont Neuf waarop een driehoekig plein werd aangelegd. Eromheen verrezen huizen van baksteen, witte steen en leisteen, die alle gelijk van vorm waren. Het plein werd Dauphine genoemd naar de Dauphin, de troonopvolger en latere Lodewijk XIII. Slechts enkele gevels zoals die op nr. 14 hebben hun oorspronkelijke aanzien behouden. De huizen aan de oostzijde werden in 1874 afgebroken om plaats te maken voor de monumentale trap van Viollet-le-Duc. In de 18de eeuw stelden jonge kunstenaars hier ieder voorjaar hun werk tentoon in de open lucht.
|